Zaterdag 4 november 2006. Het is half 7 ‘s avonds en ik zit op een koud, klein rot stoeltje in het Gelredome in Arnhem. Ik besef dat ik nog anderhalf uur mag staren naar een massa mensen. Langzaam dwalen mijn ogen af naar een groot beeldscherm. Het volgende wordt hierop geprojecteerd: ‘sms nu jouw boodschap naar 3232 en iedereen kan het lezen!’. Ik pak mijn mobiel en typ een bericht in: ‘hé, jij daar met dat rode shirt!’. Ik druk op ‘zend’ en mijn ogen zijn het komende uur gericht op het grote beeldscherm.
Net voordat mijn geduld opraakt zie ik eindelijk mijn boodschap op het beeldscherm staan. ‘Hé, jij daar met dat rode shirt!’. Een kleine glimlach verschijnt op mijn gezicht. Yes, het werkt!
Is dit voorbeeld nu een duidelijke vorm van crossmedia of multimedia? (Het antwoord vind je aan het einde van deze pagina). Wat is het verschil tussen beide termen?
De Vlaamse Radio- en televisieomroep (VRT) zegt hier het volgende over:
‘Bij een crossmediaal aanbod werken verschillende media samen, bijvoorbeeld televisie en internet, vaak onder dezelfde identiteit. Ze versterken elkaar en zorgen zo voor een rijkere beleving. Een multimediaal aanbod geeft de gebruiker meer keus. Hij kan hetzelfde aanbod raadplegen via verschillende kanalen. Hij kan televisie kijken niet alleen via zijn televisietoestel, maar ook via zijn computer of een gsm van de nieuwste generatie’.
Een zuivere vorm van crossmedia is een sms’je naar je favoriet in Idols sturen. Een zuivere vorm van multimedia is televisie kijken op je computer.
Duidelijk is dus dat beide vormen de media versterken. Maar wat hebben vaktermen als ‘bestandsformaat’ en ‘platform-onafhakelijkheid’ hiermee te maken? Ik bespreek eerst de term bestandsformaat. Bij multimediaal aanbod kan je kiezen tussen verschillende media. Kijk je televisie via een toestel of liever in de bus via je gsm. Video, muziek en foto’s hebben verschillende bestandsformaten. Zo heeft muziek als bestandsformaat mp3 en een foto jpg.
Platformonafhankelijkheid betekent dat websites onafhankelijk van het computersysteem en de instellingen van de gebruiker toegankelijk moeten zijn (bron: WDG). Dit houdt dus in dat iedereen een website moet kunnen bekijken. Stel je eens voor dat een verkoper van BCC je verwijst naar hun website. Eenmaal thuis ga je op de site kijken en kan je een afbeelding van die, oh zo mooie, Philips LCD TV niet openen. Wat doe je dan? Inderdaad, surfen naar een andere site.
Laat ik even naar de toekomst kijken. Zullen de termen crossmediaal en multimediaal in 2015 nog bestaan? Ik ben overtuigd dat beide termen een toekomst hebben. Wel zullen ze, naar mijn mening, zich nog meer gaan ontwikkelen. Net zoals crossmedia een toevoeging is op multimedia. Want zeg nu zelf, je doelgroep bereiken via verschillende media en ze ook nog in actie krijgen is toch de wens van elke ondernemer?
Bronnen:
http://www.htmlhelp.com/nl/design/accessibility/tips.html
Antwoord: crossmedia