Archief voor-Thomas-

Tenslotte

De module vond ik niet altijd even interessant. Desalniettemin kan ik niet ontkennen dat ik wel veel dingen geleerd heb door artikelen te schrijven over, voor mij, vrijwel onbekende onderwerpen. Deze verbreding van mijn kennis zal mij later ongetwijfeld helpen in mijn werk als redacteur. Al is het alleen maar omdat ik vanaf nu altijd weblogs met een kritische blik zal bekijken.

Thomas

Opdracht 3 meeneemtentamen

Een goed voorbeeld van een website die vakinformatie geeft zonder een papieren uitgave is www.tweakers.net. De website biedt nieuws, recensies van producten, vacatures en een online community aan. Dit alles is puur gericht op de ICT-sector. De website staat hoog aanschreven binnen de sector en zit zowel technisch als inhoudelijk erg goed in elkaar.

 

Een website met een duidelijke meerwaarde voor het tijdschrift is www.vi.nl. Dit is de site van tijdschrift Voetbal International. Op de site vindt de lezer extra columns, alle nieuwsberichten die het blad niet halen, een catalogus van alle spelers en clubs en de bijbehorende informatie, fotospelletjes, een quiz en zelfs VI-tv. Hier worden reportages bij de nieuwsberichten in beeld aangeboden. De website ondersteunt het tijdschrift in dat wat op papier niet kan.

 

Criteria:

  • Is er echt sprake van toegevoegde waarde?
  • Doet de website iets wat op papier nooit kan?
  • Is het allemaal nog overzichtelijk?
  • Gaan alle digitale toeters en bellen niet ten kosten van de inhoud?
  • Is de website betrouwbaar?

 

www.tweakers.et

www.vi.nl

Opdracht 2 meeneemtentamen

“VRIENDEN DIE NOG OP JE TOESTEMMING WACHTEN” en “Weiger gerust wannabe friends: ze ontvangen hier geen bericht van” zie ik staan op mijn beeldscherm. Ik zit de site www.hyves.nl te bekijken. Wanneer ik mij hier heb aangemeld, weet alleen Joost, maar het is een eeuwigheid geleden. De bovengenoemde ‘vrienden’ die op mijn toestemming wachten kijken me via hun foto’s aan. Het zijn zelfs zulke goede ‘vrienden’ dat ik ze stiekem achter hun rug om mag weigeren en de site zal ze dit niet laten weten. Vriend of wannabe vriend ze willen allemaal zichzelf met mij delen. Word ik hier blij van of is het tijd om heel snel op uitloggen te klikken?

Op het internet gooien mensen hun anonimiteit vaak vrijwillig overboord, maar minstens net zo vaak ongemerkt automatisch. Registraties van ip-adressen bij zoekopdrachten op Google of Lycos, de anonimiteit op internet is verleden tijd. Providers worden verplicht om informatie over het internetverkeer van hun klanten voor langere tijd te bewaren. Eigenlijk word je op internet constant geschaduwd, gevolgd door een sluwe stalker die alles wat je doet in de gaten houdt. Dit idee ervaar ik als onprettig. De vrijheid en anonimiteit op het internet werd natuurlijk misbruikt door mensen maar is toch een van de kernelementen van het internet, volgens mij.

Tim Berners –Lee, een van de godfathers van het internet, vindt het verlies van de anonimiteit op het web een kwalijke zaak. Hij vindt dat anonimiteit belangrijk is voor de vrijheid van meningsuiting op internet. Berners-Lee maakt hierbij wel een kanttekening: de informatie waarop sommige anonieme uitlatingen van websurfers gebaseerd zijn is vaak misleidend of onjuist. Volgens hem zou controle op de online informatiestroom de discussie over online anonimiteit doen bekoelen.

Vanuit een heel andere invalshoek bekijkt Simon Hania (technisch directeur bij XS4ALL) de situatie. Simon is een tegenstander van het verlies van de online anonimiteit. Hij zette zich dan ook fel in tegen de bewaarplicht van providers. Zijn mening hierover is duidelijk: “De noodzaak van een bewaarplicht is niet aangetoond en de inbreuk op de privacy, die de overheid eist, is buitenproportioneel.” Hij twijfelt sterk aan de effectiviteit en praktische uitvoerbaarheid van het plan. Daar twijfel ik ook zeer zeker aan en ook aan de relevantie van het plan. Van al die mensen wier gegevens ze opslaan, doet 99% waarschijnlijk geen vlieg kwaad. Beetje zinloos, lijkt me.

 

Volgens columnist Erik van Heeswijk heeft een internetpaspoort of een websofi-nummer wel toekomstperspectief. Hij zegt dat als de anonimiteit op het internet afneemt, schuldigen makkelijker kunnen worden aangepakt en het zaaien van haat op het internet zal afnemen. Dit is inderdaad een mooi streven, alleen iedereen registreren is volgens mij niet de oplossing. Ik blijf een voorstander van anonimiteit op het internet. Mocht iemand hier enorm misbruik van maken en deze persoon kan gevonden worden via zijn ip-adres, vind ik dat een goede zaak. Eigenlijk zouden de gebruikers van het internet verantwoorder met hun anonimiteit om moeten gaan. Vergelijk het met alcohol: geniet, maar met mate.

 

http://www.webwereld.nl/articles/40405/online-anonimiteit-onder-vuur.html

http://www.cnn.com/wires/TECH/02-11/berners_lee/index.html

http://www.xs4all.nl/opinie/

Opdracht 1 Meeneemtentamen

YouTube, Wikepedia en Iens.nl zijn alledrie voorbeelden van sites die bestaan uit user generated content. Op het web stijgt het aantal blogs de pan uit en user generated conetent (UGC) wordt belangrijk, mensen gaan er waarde aan hechten. Moet de vrije stroom van input de vrije loop krijgen of is er een handrem nodig?

 

Niet alleen wij internetgebruikers, maar heel medialand loopt weg met USG. Tv-zender CNN lanceerde zelfs de site CNN Exchange. Hier kunnen gebruikers hun nieuwsgerelateerde video’s, foto’s en verhalen uploaden en delen met anderen. Video’s en foto’s met een hoge nieuwswaarde zouden eventueel door CNN kunnen worden gebruikt op hun televisiekanalen of op CNN.com. Ik denk ook dat USG waardevol kan zijn voor het vinden van nieuws en verspreiden van kennis. Aanvullend op het grote nieuws kunnen er lokaal nieuws, achtergronden bij het nieuws en zelfs nieuws dat niet verteerbaar genoeg is voor de commerciële televisie worden gedeeld. Hiervoor is, volgens mij, zeker een doelgroep..

 

Ook voor tijdschriftuitgevers is USG een mooie kans, zo zegt Igor Fiselier van uitgever Forward Media. “Voor de tijdschriftenbranche is online gaan en gebruik maken van UGC een goede optie. Het is goedkoper, er zijn meer mogelijkheden qua vormgeving en inhoud (geluid en bewegend beeld) en de interactie tussen uitgever en consument verbetert sterk.” Belangrijk feit in dit geval is, volgens mij, dat er een redactie over de content heen gaat. Dit is op internet niet het geval, met als gevolg dat goede kwaliteit van de USG vaak ver te zoeken is en er soms zelfs haatdragende boodschappen het daglicht zien. Peter op de Beek, directeur van RTL interactief  beklaagd zich ook over de kwaliteit van USG. Hij ziet geen waarde voor USG in het nieuws en zeker niet bij de Nederlandse omroepen. “Je geloofwaardigheid staat op het spel als beelden in scène zijn gezet,” zegt hij. “Het is moeilijk om te beoordelen of beelden echt zijn of niet. Het is daarom voor gerespecteerde instituten als RTL Nieuws of het NOS Journaal riskant om zulke nieuwsbeelden te gebruiken.”

 

De kwaliteit en geloofwaardigheid lijken dus de grote bezwaren van USG. Met die gegevens in het achterhoofd vind ik het een slechte zaak dat er toch veel opinies gevormd worden op basis van USG. Ik moet denken aan de gefrustreerde moslimfundamentalist die haatdragende boodschappen de wereld instuurt en waar sommige mensen vervolgens erg veel waarde aan hechten. Henk Blanken (Dagblad van het Noorden) relativeert het hele circus rond USG: “De burgerjournalistiek (USG) zal in 2007 niet massaal doorbreken. Gartner heeft recent voorspeld dat het aantal weblogs in 2007 zijn hoogtepunt bereikt. Dat idee heb ik ook al een tijdje. De grens wordt bereikt: iedereen kan webloggen, maar dat betekent nog niet dat iedereen het doet. Dat laat onverlet dat de burgerjournalistiek de journalistiek verandert.”

 

Hoe USG zich ook verder ontwikkelt, een redactie op de USG lijkt mij zo gek nog niet. Een soort werving- en selectiebureau: iedereen mag meedoen maar er is wel sprake van het kaf van het koren scheiden. Een losgeslagen kudde bloggers moet sturing hebben, zeker als de hype straks voorbij is en alleen de serieuze USG overblijft. Al het goede wat over is, kan met behulp van een redactie een mooie plaats veroveren in de traditionele journalistiek.

 

http://www.denieuwereporter.nl/?p=733#more-733

http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=1654088

http://www.mediaonderzoek.nl/comments.php?id=597_0_1_0_C

http://rv202c.wordpress.com/tag/thomas/

 

Schaatsende kruisbestuiving

In de stroom van hippe termen kennen we het woord multimediaal, dat te pas en te onpas wordt gebruikt, al een tijdje. De hippe mensen in medialand hebben nu weer een nieuw woord: crossmediaal. Is dit meer van hetzelfde of  opent dit deuren die anders altijd gesloten zouden blijven? Misschien dat je het antwoord op deze vraag in het volgende stukje tekst vindt. 

Om te beginnen het bekende woord: multimediaal, een woord met vele betekenissen. Tegenwoordig is eigenlijk alles wel multimediaal. Iets is multimediaal als er sprake is van een combinatie van beeld, tekst, bewegend beeld, geluid. Het komt er dus op neer dat de gebruiker gebruikt maakt van meerdere middelen. Televisie kijken op internet is een zuivere vorm van multimedia.   

Dan dat andere, minder bekende woord: crossmediaal. Volgens Indira Reynaert is er sprake van crossmedia als er een ‘kruisbestuiving’ bestaat van verschillende media zoals theater, film, televisie, radio, print media, internet, games, mobiele devices en live-evenementen, waarbij de verschillende media mediumspecifieke betekenissen communiceren die deel uitmaken van een verhaal. Ik dacht altijd dat een kruisbestuiving met stuifmeel en bloemen te maken had, maar ik bombardeer het gelijk tot nieuwe hippe mediaterm. Het iMMovator Cross Media Network definieert de crossmediasector als volgt: “De crossmediasector is de sector die producten en diensten levert op het gebied van beeld, geluid en data met gebruikmaking van radio, televisie, internet, mobiel, print en events in een cross-sectoraal verband. Bij crossmedia-communicatie nodigt het verhaal de gebruiker uit om een cross-over van het eerste medium naar het volgende te maken. Waarde zou worden toegevoegd omdat het verhaal meer niveaus krijgt op een manier waarvan wordt verondersteld dat die relevanter is voor de andere gebruiker” Voorbeelden van zuiver crossmediaal zijn kranten met extra artikelen of zelfs filmpjes op hun website, of televisieprogramma’s waarvoor men de krant of het internet nodig heeft om volledig mee te kunnen doen. 

Het klinkt allemaal heel spannend en vernieuwend, vinden jullie ook niet? Het belletje dat bij mij gaat rinkelen, klinkt gek genoeg als de begintune van Idols. Sms-en naar een tv-programma. Zo’n beetje elk commercieel programma heeft tegenwoordig een dergelijke optie. Crossmediaal lijkt mij dan ook voor de commercie en de marketingmannetjes het meest voordeligst. Weer een nieuwe manier om domme kuddeschapen, die alles doen wat de tv zegt, te beïnvloeden. Gelukkig kunnen crossmediale activiteiten ook hele opmerkelijke samenwerkingen opleveren. Zo gaat de Elfstedentocht ook crossmediaal. 

Vanaf 22 december lanceren de NPS en de VPRO een historisch project waarin de geschiedenis van de Elfstedentocht op radio, tv en internet vorm krijgt. Via de interactieve Elfstedenwiki-website kan elke herinnering of overlevering worden vastgelegd. Ook foto’s en filmpjes kunnen door gebruikers zelf aan de site worden toegevoegd. Uit de archieven van landelijke en regionale omroepen zijn reportages online te bekijken en te beluisteren. De oudste bewegende beelden die te zien zijn, stammen uit 1917: het jaar waarin Coen de Koning zijn tweede achtereenvolgende Elfstedentocht won.  

 

Een overzicht van de onderdelen van het project: 

  • Een interactieve Elfstedenwiki-website
  • Een schaatsquiz op de Geschiedenis-website
  • Een Elfsteden-themaweek op het GeschiedenisTV themakanaal
  • Een anderhalf uur durende tv-uitzending onder leiding van Jeroen Pauw over de geschiedenis van de Elfstedentocht

 

Als dat niet crossmediaal is, dan weet ik het ook niet meer. Ik vind crossmedia een goede ontwikkeling. Als creatief persoon moet je je horizon verbreden en door gebruik te maken van meerdere media doe je dat. Het gevaar is dat de commercie te nadrukkelijk zijn stempel gaat drukken op de crossmedia en dat zou het creatieve aspect van deze ontwikkeling kunnen bederven. 

http://geschiedenis.vpro.nl/artikelen/31003606/ http://nl.wikipedia.org/wiki/Crossmedia 

Vierkante ogen

Na bankieren, tv kijken, winkelen, radio luisteren, belasting aangifte doen en door middel van dit weblog huiswerk inleveren, kan je nu ook de mooiste boeken lezen via het scherm van je pc. Hoe kan dit?, is de vraag. Het antwoord is Google Libary. Een andere vraag is of we blij moeten zijn met de zoveelste digitalisering. Schieten we hier nou echt wat mee op of krijgen we onderhand vierkante ogen van het bij alles wat je doet naar een scherm staren?

Uitgevers en bibliotheken schreeuwden een jaar geleden moord en brand toen Google haar boekenzoeker onder de naam Google Print begon. Google maakte bekend oude boeken uit bibliotheken te zullen inscannen zonder eerst toestemming te vragen aan de uitgevers. Net zoals Google ook tijdelijke kopietjes maakt van ontzettend veel webpagina’s. De boeken in Google Print zouden dan volledig doorzoekbaar zijn, maar niet helemaal online te lezen. De boekenwereld was meteen in rep en roer. Waar haalde Google het lef vandaan hun boeken zomaar op internet te zetten?

Google Book Search bestaat uit twee afzonderlijke projecten. Het Library-project en het Publisher-project. Bij het Libary-project scant Google boeken van bibliotheken in, met name werken uit het publieke domein. Ook wordt het hele boek getoond als er geen auteursrecht meer op rust. Dit is vooral het geval bij hele oude boeken. Er staan geen advertenties bij de boekenpagina’s. Dit is niet zo bij het Publisher-project. Hierbij scant Google boeken in voor uitgevers die een samenwerking met Google Book Search zijn aangegaan. In het Publisher-gedeelte kan een uitgever bepalen of hij wil verdienen aan advertenties bij de boekenpagina’s. Voor de uitgevers toont Google links naar de eigen sites of die van webwinkels waar het boek online is te bestellen. Op de boeken zit een beveiliging. Je kan niets opslaan van wat je ziet, je kan zelfs niets uitprinten Probeer je dit toch, dan is de pagina wit. Natuurlijk kun je wel een screenshot maken, maar dan moet je er toch meerdere per bladzijde maken, omdat je moet scrollen. In Engeland en Amerika is het al mogelijk om bij Google Book Search te zien welke boekwinkels bij je in de buurt het boek hebben. Dat is mogelijk door een koppeling van Google Local. Postcodes van gebruikers worden dan gekoppeld aan Google Book Search. Hier zie je een kaart met boekwinkels bij je in de buurt te zien.

Tot nu toe vind ik het nog niet echt indrukwekkend. Wat ik me wel afvraag is hoe het nou met dat auteursrecht zit. Gelukkig geef ik graag antwoord op mijn eigen vraag. Als er een auteur protesteert tegen de online uitgave, kan hij of zij dit aangeven bij de uitgeverij. Dan kan het document volgens Google binnen 48 uur verwijderd worden. Google mag ook veel dingen zonder enige vorm van toestemming publiceren. Dit wordt bij sommige boeken juridisch toegestaan als (en nou komt het!!) die doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon mogelijk wordt gemaakt of rechtmatig gebruik van een werk mogelijk wordt gemaakt terwijl die tijdelijke reproductiehandelingen geen zelfstandige economische betekenis bezitten (dus dat!!). Dit geldt natuurlijk niet voor het blijvend publiceren zoals Google doet. Hiervoor blijft altijd toestemming vereist van de uitgever, die op zijn beurt soms toestemming moet krijgen van de schrijver.

Natuurlijk hebben over de hele situatie, net zoals ik, heel veel mensen een mening. Die meningen lopen nog wel eens wat uiteen. Friso Visser is manager van Bibliotheek.nl bij de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Visser ziet het niet gebeuren dat Google een redelijk compleet en actueel boekenaanbod zal kunnen realiseren. “Bibliotheken zijn daar gezamenlijk veel beter toe in staat. Zeker gezien de houding van uitgeverijen lijkt me de rol van bibliotheken om een actueel én minder actueel aanbod te bieden belangrijk. Het lijkt me evident dat verschraling van het aanbod een bedreiging vormt voor het totaal. Google biedt ook particulieren de mogelijkheid te ‘publiceren’. Dat komt de overzichtelijkheid niet ten goede. Dat zou wel eens een groot probleem kunnen worden.”

Nou zijn er dus al heel wat vragen gesteld over het hele Google Library gebeuren. Volgens mij wordt het tijd om nu maar eens iemand van Google aan het woord te laten om wat dingen op te helderen. Jens Redmer is de strategic partner manager voor Google Book Search Europe. Volgens hem valt het allemaal wel mee met de heisa en is het juist een positieve ontwikkeling voor de boekenwereld. Dit had hij allemaal te vertellen. “We doen dit niet om er rechtstreeks geld aan te verdienen, we doen dit om onze zoekresultaten beter te maken. Dat verbetert de gebruikerservaring van internetters die op Google zoeken en daar verdienen we uiteindelijk aan.” Over het auteursrecht zei hij het volgende: “Als we boeken waarop auteursrecht rust hebben ingescand en waarvoor we geen toestemming hebben, tonen we slechts drie kleine stukjes. En van boeken die we van uitgevers mogen aanbieden is standaard slechts twintig procent van de pagina’s opvraagbaar en sowieso maar vier bladzijdes achter elkaar.” Volgens Jens blijft Google Book Search altijd gratis voor uitgevers. “We kunnen niet over twee jaar ineens geld aan uitgevers gaan vragen, want dan zal een aantal afhaken en dan moet je die boeken weer van het net afhalen. Wij hebben voor dit soort strategische programma’s die de kwaliteit van Google kunnen verbeteren veel geld. We zitten in een riante positie. We hoeven aan boeken zelf geen geld te verdienen.”

Volgens mij komt het erop neer dat je recente boeken amper fatsoenlijk kan lezen. Van boeken zonder recht zijn er maar 4 pagina’s en zelfs als Google de rechten heeft, is maar 20% opvraagbaar. Dat is nog steeds niet echt indrukwekkend. Veel echte boekenlezers houden van volle boekenkasten en papier met een harde kaft erom heen. Die gaan echt niet achter een beeldscherm een mooi boek zitten lezen. Lezen is een moment van rust. Iets wat je doet voor het slapen gaan of op zondagmiddag in je badjas. Ik denk niet dat Google Libary een effect zal hebben op de toekomst van de boekenwereld, simpelweg omdat ik denk dat het geen succes wordt. Boeken zijn van papier en bestaan niet uit pixels op een beeldscherm. De belangrijkste vraag blijf ik die over digitalisering vinden. Ik ben het in ieder geval een beetje zat, ik heb vierkante ogen.

http://www.netkwesties.nl/editie141/artikel1.html

http://www.edusite.nl/edusite/kortnieuws/15812

http://www.webwereld.nl/articles/37918/google-opnieuw-aangeklaagd-vanwege-library.html

http://www.robcoers.nl/artikelen/googlebooks1.html

Recente ontwikkeling 3

Er zijn postduiven, postbodes en Harry Potter gebuikt zelfs een uil om berichten te verzenden. Al die manieren zijn lang niet zo snel als e-mailen. De E-meeuw (hele slechte grap) vliegt die uil van Harry zo voorbij. Een project voor school, onbekende virussen die je hele computer om zeep helpen, aanbiedingen van pillen waarvan je penis gaat groeien of de tientallen nieuwsbrieven die gewenst of ongewenst elke week weer binnenkomen, alles kan verstuurd worden .Je digitale brievenbus is er maar druk mee.

                  

E-mail is – zeker in zakelijke omgevingen – het meest gebruikte communicatiemiddel. Het is snel, gratis en inmiddels heeft iedereen het. Maar is e-mail wel zo goed en makkelijk als iedereen denkt? Een aantal bekende minpunten van e-mail zijn: informatieoverload, duplicatie van berichten, slechte beheermogelijkheden. Ook is er sinds de introductie weinig aan verbeterd. In de afgelopen 5 jaar zijn er nog 2 hele hele grote minpunten bijgekomen, Spam & Virussen. Ze zijn bedacht om de doodnormale mailer het leven zuur te maken. Je kunt je afvragen of – als e-mail vandaag de dag gelanceerd zou worden – het ooit nog zo’n groot succes zou worden. De behoefte aan  alternatieven om te communiceren en samen te werken neemt inmiddels hard toe. Tijd dus voor verandering en tijd voor mij om wat van die alternatieven onder de loep te nemen.

 

MSN, ICQ, iedereen kent het wel. Dat zijn programma’s op basis van Instant Messaging. Vooral jongeren babbelen online heel wat af (sommige gaan daar behoorlijk ver in en onderhouden hun sociale leven puur en alleen via MSN. Stel je voor dat de stroom uitvalt, dan hebben die arme kinderen niets te doen en moeten noodgedwongen buiten spelen.). Instant Messaging geeft nabijheid, bijvoorbeeld voor een team dat samen aan een onderwerp werkt. Ook is het een kanaal dat gericht is op directe tweerichtingscommunicatie (e-mail niet). IM biedt ook mogelijkheden voor extra toegevoegde waarde: diensten als gedeelde applicaties, geluid en video. Duidelijk een veelzijdige optie.

Een andere optie is Skype. Skype laat heel concreet zien hoe rijk communiceren en hoe gemakkelijk het schakelen tussen communicatievormen kan zijn. Naast bellen ook IM en video. Hoge kwaliteit, zonder kosten (of tegen lage kosten naar gewone telefoonlijnen en mobiel) en mogelijkheden voor conferentiecalls. Skype is inmiddels al bijna 240.000.000 keer gedownload en via de link kan jij de volgende worden. Ook podcast, vodcasts, RSS en zelfs wiki’s of logs kunnen gezien worden als nieuwe communicatiemiddelen. Deze zijn alleen vaak massagericht en kunnen daardoor het e-mailen nooit vervangen.

Last but not least zie ik ook RSS als een concurrent voor e-mail. RSS wordt vooral gebruikt bij weblogs of nieuwssites om telkens op de hoogte te kunnen zijn van het laatste artikel/nieuws. Weblogs worden meestal bijgehouden met speciaal ontwikkelde publicatiesoftware. Dit soort software (bijvoorbeeld Blogger, Movable Type, Pivot en Radio Userland) genereert naast de reguliere HTML-output ook vrij eenvoudig, of zelfs automatisch, een RSS-output. Helaas is dit ook niet echt een systeem dat e-mail echt kan verdrijven. E-mail omvat ook veel persoonlijke boodschappen en daar schuilt misschien wel de kracht van het mailen in.

Wat vinden degene die er voor doorgeleerd hebben binnen het internetwereldje nou van deze ontwikkeling? Fred van der Molen van Computable ziet voorlopig niets veranderen. Hij zegt: “Ik zie e-mail als een persoonlijk en bedrijfsmatig communicatiemiddel en wens verschoond te blijven van ongevraagde bulkmail. Eén NEE/NEE sticker zou voldoende moeten zijn. Ik zie e-mail desondanks nog vele jaren als eerste communicatiemiddel. Het is inmiddels zo ingeburgerd dat het bijna onvervangbaar is.”

Uitgever van diverse e-mailnieuwsbrieven Chris Pirillo is het hier niet mee eens. “E-mail is dood. Punt.” zegt Chris. Pirillo constateert dat mensen zich niet meer abonneren op e-mail nieuwsbrieven omdat ze die nu ook al associëren met spam. Hij biedt daarom RSS-feeds als alternatief aan. Chris gaat dus wel voor de alternatieve methodes van communiceren. Mijn grote vraag is wie volgt hem?

Ik denk absoluut dat e-mail nog vele jaren zal regeren als meest populaire online communicatiemiddel. Met behulp van spamfilters en andere tools zal de hoeveelheid spam wel afnemen. Verder blijft e-mail een vertrouwd middel dat makkelijk en vooral snel is in gebruik. Desalniettemin loopt e-mail wel degelijk gevaar. Als het massale misbruik van e-mail zo blijft toenemen gooien de mailers hun eigen glazen in en komt de voorspelling van Chris Pirillo uit en is e-mail binnen de kortste keren dood. Voorlopig vliegt de e-meeuw nog steeds braaf van postvak naar postvak.

http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Really_Simple_Syndication&action=edit§ion=2

http://www.computable.nl/artikel.jsp?id=1401361

http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=55299

http://www.frankwatching.com/archive/2006/01/19/

 

Zondagmiddag

Zondagmiddag 

Misschien was het wel een regenachtige zondagmiddag toen Chad Hurley, Steve Chen en Jawed Karim bij elkaar zaten om eens te babbelen over een nieuw project. De ex-collega’s praatten honderduit over mogelijke plannen  voor websites. Na een tijdje brainstormen lag er nog steeds niets concreets op tafel. “Zou het niet makkelijker zijn als we onze bezoekers de site zelf laten vullen,” bedachten ze zich, “dat scheelt nog een hele hoop werk ook.” Zo ontstond de populaire website www.youtube.com.  Het bedrijf werd gerund vanuit een garage in San Mateo. Nu zijn we een jaar verder en is youtube overgenomen door Google voor een slordige 1,5 miljard dollar. Chad, Steve en Jawed hebben de garage ingeruild voor een bubbelbad gevuld met champagne. Hier slijten ze vele zondagmiddagen denkend over wat een verdomd mooi systeem User Generated Content(UGC) eigenlijk is.  

UGC is niets meer en niets minder dan de bezoeker van een website de website zelf laten vullen. Het eerder genoemde youtube bestaat alleen uit filmpjes en geluidsbestanden ge-upload door de gebruiker. UGC is natuurlijk niet alleen maar beeld en geluid. Instructies, encyclopedieën, recensies alles kan gedeeld worden. Bekende sites als www.wikipedia.org en www.iens.nl zijn hier voorbeelden van. De reden dat  UGC zo’n succes is en momenteel een grote trend in medialand is, is de opkomst van “social software”. Op internet vind je forums, weblogs, wikis, communitysites. Voor individuen biedt dit talloze mogelijkheden om zich uit te drukken. Zo zijn blogs ook te zien als een soort online cv voor de schrijver(s) ervan. In de beginjaren van het internet kon de gebruiker niets delen en bood het online zijn geen sociale aspecten. In de huidige tijd liggen de behoeften van de gebruiker hier wel. Het internet biedt de gebruiker de kans om te delen en het is een succes. Maar is dit succes nou ook te evenaren op andere media? Hier zijn de meningen voorlopig nog over verdeeld. Idse de Pree van de TROS vindt het helemaal niet nodig om, net als de NCRV , mee te gaan in het circus rondom user generated content. “Een omroep als de TROS is heel goed in het maken van interessante, informatieve programma’s voor een grotere doelgroep. Wie een video wil zien over het plakken van een fietsband gaat wel naar youtube of Google Video”, zegt Idse. 

Ik denk dat UGC wel degelijk invloed kan hebben op andere media. Op televisie is ‘De leukste thuis’ hier eigenlijk al jaren een vorm van. Dit kan natuurlijk ook met een modernere versie van het programma gevuld met youtube filmpjes.Ook voor tijdschriften biedt UGC een open deur. Online kan je als uitgever zo veel meer dan wat je met de papieren uitgave kan. Denk alleen al aan de opties met beeld en geluid. Die mening deelt ook Igor Fiselier van Forward Media. “Online varianten van gedrukte titels of het oprichten van online communities, stellen tijdschriften niet alleen in staat om de actualiteit op te zoeken, maar ook om de binding met de lezer via het internet door te trekken”, vindt hij.  Voor de tijdschriftenbranche is online gaan en gebruik maken van UGC een goede optie. Het is goedkoper, er zijn meer mogelijkheden qua vormgeving en inhoud (geluid en bewegend beeld ) en de interactie tussen uitgever en consument verbetert sterk. Op het eerste gezicht lijkt het allemaal heel wat, maar is een tijdschrift niet iets wat bewust gekocht wordt voor het relaxte leesmoment? Voor veel mensen denk ik wel.  De vraag is ook of mensen zich gaan abonneren op iets wat normaal gesproken gratis is, namelijk online leesvoer. Of UGC in de tijdschriftenbranche net zo’n succes wordt als op internet en of het net zo winstgevend is als een papieren uitgave is de vraag.  Chad, Steve en Jawed maakt het in ieder geval niet uit, die hebben al een bubbelbad. 

Bronnen:  http://www.zdnet.nl/columns.cfm?id=59116 http://tweakers.net/nieuws/44730/Google-koopt-YouTube.html http://www.admanager.nl/mail/column.php?id=67&backlink=/online/columns.php http://www.molblog.nl/crossmedia/4017http://www.mediaonderzoek.nl/comments.php?id=597_0_1_0_C

Internet: een web vol misleiding

Internet: een web vol misleiding 

De groei van het internet heeft nooit grenzen gekend, het internet is een vrije ruimte voor iedereen. In 15 jaar internet is er een hoop gebeurd. Van bedrijven en supermarkten tot terroristen en je buurman, iedereen is tegenwoordig op het net te vinden. Allemaal bezig hun eigen informatie aan iedereen die het maar wil weten te verspreiden. Dat is heel veel informatie. Is die informatie na 15 jaar internet nou eigenlijk nog wel te vertrouwen? 

De Brit Tim Berners-Lee zet grote vraagtekens bij de betrouwbaarheid van de informatiestroom op internet. Berners-Lee is een van de grondleggers van het internet en ziet een groot gevaar voor de toekomst. Door de enorme groei van het internet is er vaker onjuiste of misleidende informatie te vinden, wat leidt tot verkeerde opvattingen en meningen. Volgens Berners-Lee is dit een gevaar voor de democratie. Om dit te voorkomen zou er meer op content gecontroleerd moeten worden, aldus Berners-Lee.Berners-Lee wil een project starten waarin hij  de sociale consequenties van de ontwikkeling op het web bekijkt.  Berners-Lee hoopt dat door het project er een nieuwe wetenschap ontstaat die leidt tot nieuwe en meer enerverende systemen. Het Parool berichtte dat er inmiddels 100 miljoen website te vinden zijn op het internet. Van deze websites is meer dan de helft niet of nauwelijks actief. Met zo’n enorme hoeveelheid websites is het ook niet gek dat er veel onjuiste informatie op het net staat. Een strengere controle zou in dit geval inderdaad een uitkomst bieden.  

 

Bronnen:http;//www.parool.nl/media/2006/NOV/110206-miljoensites.html 

http://news.bbc.co.uk/2/hi/technology/6108578.stm

Formule van mijn weblog – Thomas

Het doel 

Het doel van mijn weblog wordt het informeren en amuseren van de bezoeker. Mijn weblog moet een plek worden waar de bezoeker zich vertrouwd voelt.  De weblog moet geschikt zijn voor korte en lange bezoeken. Van het lezen van headlines of columns tot het bekijken van filmpjes.

 

Doelgroep 

Ik ga met mijn weblog vooral richten op de doelgroep tussen 16 en 25 jaar. Deze doelgroep kan zich waarschijnlijk het meest vinden in de content van de website. Zelf val ik ook binnen deze doelgroep, dit bevordert ook de doelgroepgerichtheid van de weblog. Maar een website kan door iedereen bezocht worden. Via zoekmachines of andere websites kan iedereen op jou pagina terecht komen.

 

Redactionele formule van mijn weblog 

Mijn log gaat uit de volgende onderwerpen/ rubrieken bestaan: 

 

Actueel nieuws (alle genres: binnenland/buitenland, sport, amusement)

Columns & Artikelen (humoristisch,amuserend, opiniërend)

Media (geluidsbestanden en filmpjes)

 

De tone of voice zal informeel zijn. De tekst-beeld verhouding zal ongeveer 80-20 worden. Het beeld zoveel mogelijk als ondersteuning van de tekst.

 

Functie van weblog 

Mijn weblog zal voornamelijk een sociale en informerende functie hebben. Sociaal omdat mijn dagelijks leven een rol gaat spelen in de rubriek Columns & Artikelen. Informerend omdat er actueel nieuws op de site te zien is.